De energietransitie en het Klimaatakkoord in de praktijk

energietransitie

Sinds een aantal jaren is er een verandering gaande binnen de ruimtelijke ordening. Burgers krijgen meer ruimte in het planologische debat en brengen eigen ideeën omtrent hun omgeving naar voren. Dit ontstaat mede door verschuivende omstandigheden, zoals een terugtrekkende (nationale) overheid en klimaatverandering. Burgers streven ernaar om te participeren in ruimtelijke processen door het delen van hun visies en het laten horen van hun stem over zaken die ze interesseert. 

De energietransitie is hier een goed voorbeeld van en dit leidt tot verschillende burgerinitiatieven omtrent duurzaamheid. Hiermee proberen burgers de energietransitie te stimuleren en te versnellen. Niet alleen burgers maar ook de industrie zet stappen in de richting van hernieuwbare energie. Ook hier is de fysieke ruimte van grote invloed. Want hernieuwbare energieproductie is meestal locatie gebonden en heeft ook meer oppervlak nodig. Verder kunnen industrie- en bedrijfsclusters van elkaars aanwezigheid profiteren als het gaat om een circulaire economie en het distribueren van restproducten.

De energietransitie, in samenhang met een sterker wordende beweging van onderop en een innovatieve industriële sector, brengt verschillende uitdagingen met zich mee.

 

Energiecoöperaties versnellen de energietransitie

Te zien is dat op lokaal niveau diverse groene ontwikkelingen van de grond komen. Er worden kleinschalige windmolens gerealiseerd, er worden zonnepanelen op daken gemonteerd, er zijn elektrische deelauto’s voor de buurt beschikbaar en ga zo maar door. Deze activiteiten worden vaak gezamenlijk ondergebracht in lokale energiecoöperaties waar burgers in kunnen participeren. 

 

Sociale cohesie

Plaatsen met meer sociale cohesie en betere fysieke eigenschappen blijken beter in staat te zijn hun duurzame doelstellingen te halen en andere partijen in het netwerk te beïnvloeden met hun activiteiten. De partijen die beïnvloed worden om extra duurzame stappen te zetten zijn voornamelijk gemeentes en provincies. 

 

Rurale coöperaties zijn in het voordeel als het gaat om sociale cohesie en geschikte fysieke eigenschappen, mede door hechtere dorpskernen en meer ruimte voor duurzame energie opwek. Ook gunstige provinciale eigenschappen hebben een invloed op het functioneren en bevorderen het effect van coöperaties. Bijvoorbeeld het Friese Mienskip of de aardgas problematiek in Groningen leidt tot succesvollere energiecoöperaties door een sterke gemeenschapszin en het gevoel van zelfredzaamheid. 

Op deze manier kunnen succesvolle initiatieven een leidende rol op zich nemen in de energietransitie en andere partijen beïnvloeden. 

 

Ruimte voor verbetering

Echter, institutionele onduidelijkheden en niet overeenkomende beleidsdoelen kunnen een obstakel vormen bij de gunstige activiteiten die energiecoöperaties ondernemen. Met de komst van het Klimaatakkoord is dit deels verbeterd, toch is er nog veel ruimte voor verbetering om de ontwikkelingen van burgers soepel te laten verlopen en de mogelijkheden voor de energietransitie te vergroten. Een ander groot actueel probleem is het gebrek aan capaciteit om lokaal opgewekte stroom door energiecoöperaties, aan het elektriciteitsnet te kunnen leveren. Hierdoor kunnen energiecoöperaties door andere partijen of beleid belemmerd worden in hun ambities en doelen. Dit kan vermeden worden door betere coördinatie en communicatie tussen de verschillende schaalniveaus binnen de energietransitie en door energiecoöperaties de ruimte te geven in hun duurzame ontwikkelingen.

 

Vergroening van de industrie met grote impact

Met de komst van het Klimaatakkoord en de CO2 reductie doelstellingen is een belangrijke uitdaging weggelegd bij de Nederlandse industrie. Te zien is dat de industrie graag naar de toekomst kijkt, om hun bestaansrecht ook dan te verzekeren. Productieprocessen worden deels aangepast of er wordt bespaard op energieverbruik. Toch is het lastig om een grote duurzame verandering in het proces teweeg te brengen in plaats van het ‘alleen’ te optimaliseren. Vaak zijn niet bewezen technologieën in de industrie nog te kostbaar en zijn er geen garanties dat het proces voldoet en operationeel blijft op basis van de nieuwe technieken. Dit kan nu nog leiden tot obstructie en hinder in de energietransitie binnen de industrie. 

 

Stimulerende overheid

Met de komst van het Klimaatakkoord stimuleert en stuurt de overheid het bedrijfsleven en de industrie in het maken van groene keuzes. Zo zijn er bepaalde subsidies voor schone ontwikkelingen beschikbaar, of zullen deze beschikbaar worden. In combinatie met het verhogen van de lasten bij vervuilende processen, door middel van heffingen, worden bedrijven getriggerd om te veranderen. Als we inzoomen naar verschillende clusters in Nederland zien we duidelijk positieve schone ontwikkelingen terug. Het industriecluster in Noord-Nederland heeft de CO2 reductie doelstellingen voor 2030 nu ook al gehaald. Zo waren en zijn er een aantal aspecten waar duidelijk winst te behalen valt. Dat wordt landelijk nu dan ook verder opgezet. Voorbeelden staan hieronder toegelicht. 

 

Samenwerking

Binnen industriële clusters wordt de samenwerking verder aangehaald tussen verschillende bedrijven. Zo kunnen bepaalde restproducten, restwater en restwarmte lokaal binnen de bundels hergebruikt worden. Ook kunnen er van deze restproducten totaal andere producten gemaakt worden. Om dit te presteren is de recycling sector aan het innoveren, zo kan dit verloop efficiënter afgewikkeld worden. Als de industrie deze taken op zich neemt, kan een circulaire economie ontstaan waarbij bedrijven van elkaar kunnen profiteren.

 

De eerste stappen

De eerste stappen in deze richting zijn binnen de Nederlandse industrie gezet. Bovendien wordt op basis van innovatie en kennisontwikkeling gekeken naar bijvoorbeeld het gebruik van waterstof en geothermie in bedrijfsprocessen, het afvangen van CO2 van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales en het opslaan van CO2 in de productie van algen. Deze algen kunnen weer gebruikt worden om energie op te wekken. Verder is de elektrificatie door middel van groene stroom in volle gang en terrein aan het winnen. Er zijn steeds vaker zonneparken gekoppeld aan bedrijven. Tevens is de stroom afkomstig van windparken op land of zelfs op zee. 

 

Van theorie naar praktijk

Concluderend kan gezegd worden dat de ideeën vanuit de theorie doorgang vinden in de praktijk. De energietransitie, mede op basis van het Klimaatakkoord, blijft dus niet bij mooie praatjes en plannen maar begint stapje voor stapje daadwerkelijk doorgang te vinden. Van belang is dat eventuele belemmeringen en overige hinder zo veel mogelijk opgelost of gedempt worden zodat de spelers in de energietransitie hun succesvolle ambities kunnen voortzetten en hun strijd voor een schonere planeet kunnen vervolgen.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Zie jij jezelf binnen dit vakgebied werken?

Benieuwd wat wij voor jouw organisatie kunnen betekenen?