Tips om wateroverlast tegen te gaan

wateroverlast

In Nederland zijn we sinds honderden jaren gewend aan het water om ons heen. En zo ook aan eventuele wateroverlast. Door de eeuwen heen zijn we anders tegen het water aan gaan kijken. In plaats van leven met het water was er een verschuiving zichtbaar van het beheersen van het water. Helemaal na de grote watersnoodramp van 1953 keerden we ons tegen het water. We hebben een maakbaar systeem ontwikkelt waarbij we water zo exact naar onze hand kunnen zetten dat we inmiddels beschikken over een zeer geavanceerd systeem die de waterbalans kan sturen.

De vraag is nu of dit systeem de veranderingen in het klimaat kan bijbenen. Gekanaliseerde rivieren kunnen de piekafvoer niet meer aan en zullen voor wateroverlast zorgen, de agrarische sector kan het waterpeil in de winter soms nauwelijks verlagen en in de zomer is er een serieus tekort aan water waardoor er gesproeid moet worden. In beide gevallen is het land niet of slecht te bewerken. Kortom, problematische ontwikkelingen als er geen verandering in denken ontstaat. Er zijn voorbeelden genoeg waarom deze verandering nodig is. Zo waren het voorjaar en de zomers van zowel 2018 en 2019 erg droog, terwijl  er in de winter van 2019 wateroverlast was. Hierdoor waren begin 2020 de grondwaterstanden weer op peil. Alleen doordat het sinds februari weer kurkdroog is geweest, is er nu alweer sprake van extreme droogte.

 

Effecten overschot en tekort aan water

In Nederland denken we bij water vaker aan teveel dan aan te weinig. Kijkend naar het verleden is dat logisch, toen was er regelmatig last van wateroverlast. De ervaren impact van wateroverlast en overstroming is gigantisch. Heel simplistisch geformuleerd, dit kan een immens effect hebben op de gehele maatschappij. Bij droogte gaat het om een scala van neveneffecten die kunnen ontstaan.

Onderstaande effecten zijn enorme aandachtspunten als het gaat om het beperken van de gevolgen van wateroverlast, overstromingen en droogte:

 

Wateroverlast en overstromingen

  1. Sterfte; grote overstromingen van bijvoorbeeld dijken en rivieren kunnen leiden tot grootschalige rampen waarbij vele personen en dieren om het leven kunnen komen.
  2. Materiële schade; te denken valt aan ondergelopen kelders van individuele huizen, maar ook aan wateroverlast in overstroomde winkels.
  3. Economische schade; bijvoorbeeld wateroverlast op snelwegen doordat deze onder NAP zijn aangelegd of overstromingen in kelders van ziekenhuizen waar de generatoren staan kunnen leiden tot grote economische schade.
  4. Stormschade; naast wateroverlast van extreem weer kan er schade ontstaan aan personen en objecten door omvallende bomen, bliksem inslag en zware hagelstenen.

 

Droogte

  1. Verzilting en verzuring; doordat er zoetwater uit rivieren verdampt en wordt onttrokken in drogere periodes zal er zout vanuit de zee doorsijpelen in de rivieren (zoutindringing), hierdoor raakt oppervlakte water en grondwater zouter. Verder kan er verzuring optreden wanneer de bodem droog is en ‘vers’ regenwater door de bodem spoelt met aanwezige stoffen (bodemdepositie van stikstof en andere zuren), hierdoor verlaagt de PH-waarde van de grond, met negatieve uitwerking op planten.
  2. Degradatie van de waterkwaliteit; door droge periodes verslechtert de waterkwaliteit, mede omdat er een explosie aan algengroei ontstaat.
  3. Bodemdaling en funderingsschade; door droogte klinkt de bodem in en zal deze langzaam gaan dalen. In combinatie met een dalende grondwaterstand kan dit leiden tot funderingsproblematiek omdat paalrot ontstaat.
  4. Uitdroging van veendijken; door uitdroging van dijken is de kans op een dijkdoorbraak groter.
  5. Problematiek binnen de scheepvaart; de scheepvaart kan problemen ervaren bij het varen met lage waterstanden.
  6. Tekort en te heet koelwater; door gebrek aan (rivier)water kan dit tot problemen leiden in de industrie. Opgewarmde rivieren waaruit relatief warm koelwater wordt onttrokken heeft een lagere capaciteit, waardoor bijvoorbeeld energiecentrales niet op 100% kunnen draaien.
  7. Nadelig effect op landbouwgewassen; vele gewassen kunnen slecht tegen de droogte, dit leidt tot een verminderde opbrengt of tot sterfte van landbouwgewassen waardoor (financiële) schade voor de boeren ontstaat.
  8. Nadelig effect op bomen en planten; vele plantensoorten in het Nederlandse klimaat zijn niet gewend aan langere periodes van extreme droogte. Hierdoor zullen ze slechter groeien en kunnen ze afsterven. Doordat de huidmondjes van planten in droge periodes dichter zitten, nemen planten ook minder CO2 op. Hierdoor stijgt de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. Verder neemt de kans op natuurbranden toe.
  9. Nadelig effect op de algehele biodiversiteit; doordat de hoeveelheid zuurstof in het warme rivierwater afneemt kan dit leiden tot vissterfte omdat vissen koudbloedig zijn en dus slecht afkoelen en weinig zuurstof op kunnen nemen.

 

Maatregelen overschot en tekort aan water 

We dienen dus anders met water om te gaan. We zijn in Nederland geschoold om overtollig water zo snel als mogelijk af te voeren of tegen te houden en spreken al snel van wateroverlast. Dat klinkt vanzelfsprekend in een situatie van overstroming of van hele natte landbouwgrond, echter kan dit water ook (tijdelijk) op andere manieren gebruikt worden zodat het in tijden van extreem weer een extra functie kan hebben. Aanvankelijk zou je denken dat de maatregelen tegen een overschot of een tekort totaal verschillend zouden zijn, maar dit is niet het geval. Onderstaande strategie is tweeledig en draagt in beide gevallen veel bij. Daarom wordt steeds vaker de drietraps strategie toegepast, dit houdt in dat water wordt vastgehouden, geborgen en afgevoerd. 

  • Water vasthouden: Door te zorgen dat water in de grond kan infiltreren. Dit kan bereikt worden door permeabele stenen toe te passen of door tegels te vervangen voor groen. Daarnaast helpen infiltartiekratten,-putten, groene daken, daktuinen, regentonnen en holle wegen bij het lokaal vasthouden van regenwater. Door het aanleggen van wadi’s, water(speel)pleinen, en ondergrondse regenwateropvang ontstaan er in stedelijk gebied meer plekken waar regenwater vastgehouden kan worden. 

  • Water bergen: Door te zorgen voor meer open water. Door het op grotere schaal aanleggen van (ondergrondse) waterbergingen, zoals recreatieplassen en stadsuiterwaarden kan regenwater geborgen worden, dit fungeert ook als buffer voor drogere periodes. Op landelijk niveau kunnen retentiegebieden ingericht worden en wordt er in diverse projecten ruimte gemaakt voor de rivier. Hierbij kan een rivier weer meanderen en worden uiterwaarden vergroot zodat de rivier ten tijde van overstroming veilig uit haar oevers kan treden. 

  • Water afvoeren: Door het verbeteren van het rioolstelsel (inclusief het scheiden van regenwater van het riool) en afvoerputten in stedelijk gebied kan een efficiëntere doorstroom van regenwater gecreëerd worden zonder belemmeringen en obstakels.

In aanvulling op deze strategie zal het waterpeilbeheer ook anders ingericht moeten worden, verder valt ook te denken aan andere maatregelen als een beregeningsverbod of reductie van drinkwaterwinning in geval van droogte. Daarnaast zullen dijken en waterkeringen waar nodig versterkt, aangepast of verhoogt moeten blijven worden om de kansen op overstromingen te verkleinen.

 

Toekomst

Het is voor de toekomst van belang dat er een verandering in denken ontstaat omtrent wateroverlast. Door in het planproces van ruimtelijke projecten en realisatie van gebouwen vroegtijdig aandacht te hebben voor klimaatadaptatie kan de impact van een tekort of overschot aan water significant verminderd worden. Daarnaast zijn er vele positieve neven effecten voor bijvoorbeeld flora en fauna, dit zal leiden tot een omgekeerde kettingreactie waardoor ook de leefbaarheid van de maatschappij wordt vergroot. 

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Zie jij jezelf binnen dit vakgebied werken?

Benieuwd wat wij voor jouw organisatie kunnen betekenen?